Vragen aan college over controle escortbranche

vergrootglasvrijdag 18 september 2009 09:28

De laatste tijd overspoelen Oost-europese meisjes de Nederlandse prostitutiebranche, en dan vooral de escortsector. Controle is een belangrijk middel om mensenhandel en andere misstanden aan te pakken.
Omdat de ChristenUnie ontdekte dat het momenteel onbreekt aan die controles in Arnhem, hebben we de volgende vragen aan het college gesteld:

Geacht College, 

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat de invoering van de bordeelvergunning ertoe heeft geleid dat vrouwenhandelaren hun slachtoffers hebben verplaatst van de raamprostitutie naar de escortsector. De escortbranche is buitengewoon mobiel en daardoor vaak ongrijpbaar. Recent onderzoek wijst uit dat de escortbranche in de afgelopen jaren flink is gegroeid, mogelijk zelfs verdubbeld. Ook hier is sprake van misstanden. Onvrijwilligheid, uitbuiting en mensenhandel van vooral Oost-Europese vrouwen, vragen om een aanpak. Volgens diverse hulporganisaties, waaronder Het Scharlaken Koord worden er momenteel grote aantallen Oost-Europese vrouwen van precies achttien jaar naar Nederland gehaald om in de prostitutie te gaan werken, en dan vooral in de escortbranche. Deze vrouwen zijn dus al voor hun achttiende verjaardag geronseld, en zijn lange tijd praktisch en financieel afhankelijk van de bemiddelende instanties/personen. Dit raakt de grens van het criminele circuit.

Navraag bij de korpsexpert Mensenhandel van de regiopolitie Gelderland Midden leert de fractie van de ChristenUnie dat er in Arnhem momenteel “geen prostitutiecontrole plaatsvindt”, terwijl er zich, naast de reguliere seksinrichtingen, diverse escortbureaus binnen de gemeentegrenzen bevinden. Tegelijk stelt de korpsexpert “dat het aanbeveling verdient om door middel van regelmatige en doelgerichte controles met ketenpartners als politie, gemeente en GGD toezicht uit te oefenen op prostitutiebedrijven. Deze controles werken preventief en zijn gericht op het normaliseren en behouden van inzicht in de prostitutiebranche en het vroegtijdig opvangen van mogelijke signalen van mensenhandel. Om verplaatsing van de mensenhandelproblematiek tegen te gaan is het noodzakelijk om ook effectief op te treden in de niet-locatiegebonden sectoren (escortbranche) en het illegale circuit. Deze sectoren zijn moeilijk controleerbaar en kennen een groot risico voor mensenhandel. Voor de niet-locatiegebonden prostitutiesectoren kan de - ten behoeve van bestuurlijk toezicht ontwikkelde - methode van de zogenaamde hotelkamercontrole worden ingezet.”

Ook de nationale rapporteur mensenhandel benadrukt het belang van vormen van frequente prostitutiecontrole. 

De ChristenUnie heeft daarom de volgende vragen: 

-          In de nota Van Rood naar Groen (2000) wordt vermeld dat ook escortbureaus een vergunning moeten hebben. Op welke wijze (criteria) worden deze  vergunningen verleend? Maakt toetsing aan de wet BIBOB daar onderdeel van uit?

-          Om hoeveel vergunningen gaat het in Arnhem? Klopt het dat dit aantal dus exclusief de vergunningen voor seksinrichtingen is?

-          Is het college het met de fractie van de ChristenUnie eens dat het zeer vreemd is dat er geen prostitutiecontrole plaatsvindt, terwijl de korpsexpert Mensenhandel en de nationale rapporteur Mensenhandel dit wel aanbevelen, en het belang daarvan wel degelijk erkennen?

-          Welke instrumenten zet het college dan wel in om zicht en controle op de escortbranche in Arnhem te krijgen en te houden?

-          Is het college bereid vanwege de toename van vrouwenhandel in de escortbranche extra maatregelen te nemen, waaronder regelmatige en doelgerichte controles, samen met ketenpartners? (prostitutiecontrole of hotelkamercontrole) 

Namens de fractie van de ChristenUnie,

Addy Plieger

Fractievoorzitter

« Terug