Geloof en politiek

mandela-brug-Arnhemdonderdag 10 december 2015 14:34

Wat is dat toch? Steeds wanneer wij als ChristenUnie openlijk verwijzen naar ons geloof en dus naar onze innerlijke drijfveer, ontstaat er zenuwachtig geschuifel in de bankjes. Sommigen laten het bij wat meewarige blikken en weer anderen lopen stoer naar voren en roepen: ‘Pas op! Scheiding kerk en staat.’
Gelukkig zijn deze reacties onnodig. Belangrijker nog: ze berusten op een denkfout!

Geschiedenis

Want hoe zit dat nou precies met die scheiding tussen kerk en staat?
In de Nederlandse wetgeving hebben kerken nog altijd een bijzondere positie: kerken vallen niet onder de Algemene Wet Gelijke Behandeling, het staat kerken vrij hun eigen organisatie in te richten en ze hoeven geen OZB te betalen.
Deze bijzondere positie is historisch verklaarbaar. Tot 1795 kenden we in Nederland de publieke kerk. Dat was de Hervormde kerk. Andere kerkgemeenschappen werden slechts gedoogd. De overheid begunstigde de Hervormde kerk, betaalde het onderhoud en de salarissen. Zelfs de benoeming van predikanten ging niet buiten de overheid om.
In 1795 veranderde dit. Toen werd het beginsel van gelijkheid van de verschillende godsdienstige gezindten aanvaard en werd de scheiding van kerk en staat ingevoerd.
Toch was het niet onmiddellijk duidelijk wat die scheiding van kerk en staat inhield. Vooral omdat de Hervormde kerk grote behoefte had aan staatssteun. En van haar kant zag de overheid de godsdienst als uitermate belangrijk voor de maatschappij. Het gevolg van deze houding was dat de overheid zich niet alleen met de inrichting van kerken bleef bemoeien maar ook met godsdienstige zaken. Dat laatste heeft zelfs tot de vervolging van andersdenkenden geleid.

De Grondwet van 1848 vormde een wezenlijke mijlpaal in de geschiedenis van de scheiding van kerk en staat. Artikel 165 bepaalde: Aan alle kerkgenootschappen in het Rijk wordt gelijke bescherming verleend. (N.B. Bescherming!)
Ondanks deze bepaling duurde het nog meer dan honderd jaar voordat de banden tussen de kerk en de staat helemaal waren verdwenen. De laatste formele band tussen kerk en staat verdween pas in 1983 toen de kerken en de staat een afkoopregeling overeen kwamen rond de verplichting van het Rijk om traktementen en pensioenen aan kerkelijke ambtsdragers te betalen.
Wel bleven er nog enkele christelijke instellingen en bepalingen waarvan de meeste in de loop van de tijd zijn verdwenen of beperkt. Denk aan de Zondagswet en een gebruik als de zinsnede ‘Bij de gratie Gods’.

Grondwet

De scheiding van kerk en staat is niet met zoveel woorden in de Grondwet geregeld, maar vloeit voort uit de wel geregelde vrijheid van godsdienst in art.6  en de in art. 1 voorgeschreven gelijke behandeling. Voor de overheid zijn de verschillende kerkgenootschappen en geestelijke organisaties gelijk. En ook mag er geen sprake zijn van overheidsbemoeienis met de kerkleer of met de interne kerkelijke organisatie.
Het is de taak van de overheid om de (grondwettelijke) godsdienstvrijheid te garanderen. In feite vloeit deze vrijheid juist voort uit de scheiding tussen kerk en staat. Denk maar na, als de overheid zich wel zou bemoeien met de mate van ‘vrijheid van geweten, vrijheid van belijden, vrijheid van eredienst en vrijheid van organisatie’ zou er toch geen godsdienstvrijheid zijn?

Geloof en politiek

De term scheiding kerk en staat heeft dus duidelijk betrekking op de kerk als instituut, als organisatie, en niet op het individuele geloof.
De denkfout die veel gemaakt wordt is om geloof en kerk met elkaar te verwarren. Die denkfout wordt zichtbaar als raadsleden boos opspringen en wijzen op de scheiding tussen kerk en staat, zodra de naam van God in de raadszaal klinkt.
Geloof is in de eerste plaats iets individueels. Het geloof drijft een mens. Geloof betreft jouw relatie met God, maar kan ook een afwijzing van die relatie zijn. Het is het ankerpunt in je leven. Een punt ook waaraan je je normen en waarden ontleent of afmeet. Het bindt mensen en dus ook politici in een partij.
Als je het zo bekijkt heeft iedereen een geloof en een daaraan gerelateerd normen- en waardenstelsel. Of je nou liberaal, socialist of christen bent. En dit is van belang voor het politieke debat. Wil dat transparant gefundeerd zijn, dan kan de levensovertuiging niet buiten beschouwing blijven!

Raadzaal

De vraag is waarom er bijna altijd zenuwachtig of allergisch gereageerd wordt zodra ChristenUnie-raadsleden verwijzen naar wat hen drijft. Waarom zou een liberaal of socialist zich wel mogen beroepen op een ideologie en een christen niet?
Het mooie is namelijk dat de vrijheid van geloof en godsdienst voor alle godsdiensten en levensovertuigingen geldt.
Vraagt dat een neutrale overheid? Nee, maar wel een onpartijdige. De overheid mag niet het ene geloof of ongeloof, of het andere geloof of ongeloof voortrekken. Een gelijke behandeling is geboden. Neutraal kan echter niet, want elke overheidsdienaar en elk overheidscollege wordt gedreven door waarden en normen die ten diepste bepaald zijn door een levensovertuiging.
Ook alle 39 Arnhemse raadsleden, alle aanwezige politieke partijen doen hun werk vanuit een bepaalde ideologie, levensovertuiging, geloof of ongeloof. Elke partij probeert, als het goed is, vanuit een dergelijk geworteld normenkader de stad te besturen en beter te maken en maakt op basis daarvan politieke keuzes. Geen enkel raadslid is dus neutraal!

Het zou mooi zijn als alle partijen zich vaker publiekelijk zouden beroepen op hun religieuze of ideologische achtergrond en wortels. Het zou het politieke debat ten goede komen; minder verwarring en incidentenpolitiek en meer verdieping en herkenbaarheid.
Dus wat ons betreft geen ongemakkelijke blikken of opmerkingen meer, maar een oproep: Kom maar uit voor wat je drijft!

Addy Plieger

« Terug